IEC 61482

IEC 61482

Bescherming tegen thermische gevaren van elektrische vlamboog

Deze norm is opgesteld voor kleding die bescherming biedt tegen de thermische gevolgen van een elektrische boog.

De bescherming tegen de gevolgen van een ‘electric arc’ kan op 2 manieren getest worden:

IEC 61482-1-1: de “open arc” methode.

Deze testmethode wordt in de USA gebruikt. Testen volgens deze methode levert de ATPV-waarde of EBT50. De ATPV waarde is de waarde (in cal/cm2) waarbij een 50% bescherming voorspeld wordt tegen 2e graads brandwonden. Hoe hoger de waarde, hoe beter de bescherming. In Amerika wordt voor elektriciteitsmedewerkers een minimale ATPV-waarde van 8 vereist. De gemeten ATPV waarde staat op het normetiket. De HAVEP® 5safety Image collectie heeft een ATPV-waarde van 11.5 cal/cm8.

IEC 61482-1-2: de BOX-test

Deze testmethode wordt in Europa gebruikt. Bij deze methode wordt vanuit 1 richting (de box) een vlamboog opgewekt door kortsluiting met 4kA (voor class 1) of 7kA (voor class 2). De vlamboog duurt daarbij niet langer dan 500ms. De warmte doorgang wordt gemeten en moet (om aan de klasse te voldoen) onder de Stoll curve blijven. De Stoll curve is een tabel die aangeeft bij welke temperatuur en tijd een 2e graad brandwond ontstaat. Tevens wordt beoordeeld op navlammen, gatvorming, smelten e.d.

Naast het doek wordt er ook een jas getest. Hierbij wordt geen energetische waarde bepaald, maar de jas wordt na blootstelling aan de vlamboog gecontroleerd op mankementen met betrekking tot de naden, sluitingen en alle andere accessoires.

 

Welke eisen worden er in de norm gesteld?

Als modeleisen worden de modeleisen van lasserskleding (EN ISO 11611) aangehouden.