EN 471

Bescherming door hoge zichtbaarheid bij dag, schemer en nacht

 

EN 471:2003 Hoge zichtbaarheidskleding voor professioneel gebruik – Beproevingsmethoden en vereisten.

Deze norm legt vereisten vast voor kleding die tot doel heeft de aanwezigheid van de gebruiker visueel te benadrukken om hem meer te laten opvallen in gevaarlijke situaties, zowel bij dag als bij nacht (belichting door koplampen van wagens).

Wat houdt deze norm in?

Deze norm heeft als symbool het veiligheidsvestje, met daarnaast boven elkaar twee waarden X en Y. De bovenste waarde (X) geeft aan, aan welke klasse het artikel voldoet. Dit kan klasse 1 tot 3 zijn. Klasse 1 is het minst zichtbaar en klasse 3 het meest. De onderste waarde (Y) geeft de kwaliteit van het reflectieband aan. Dit kan waarde 1 of 2 zijn. Dit geeft aan hoe goed het reflectieband reflecteert. Bij HAVEP hebben we alleen reflectieband dat voldoet aan waarde 2 (= de hoogste klasse).

De X waarde en de Y waarde

De X waarde wordt bepaald door het aantal vierkante meter fluodoek en het aantal vierkante meter reflectieband dat in een model zit.

 Bescherming door hoge zichtbaarheid bij dag, schemer en nacht

Klasse 1: niet voor werken langs openbare weg

Klasse 2: wegwerkzaamheden met maximaal snelheid 50 km/uur

Klasse 3: langs wegen met hogere toegelaten snelheden

De achtergrond, het fluorescerende materiaal, is toegestaan in de kleuren oranje, geel en rood. De kleurcoördinaten en de luminantiefactor moeten binnen bepaalde grenzen vallen (voor en na belichting). Tevens worden er eisen gesteld aan de kleurechtheid van zowel de fluorescerende kleuren als de contrastkleuren.

Het fluodoek moet de torso, mouwen en broekspijpen omcirkelen. Het verschil in oppervlakte tussen voor en achterzijde mag maximaal 40% – 60% zijn.

Het reflectieband moet 50mm breed zijn en de ruimte tussen 2 reflectiebanden moet minstens 50mm zijn. Ook moet de afstand van ‘het einde’ van het kledingstuk (dus bijvoorbeeld onderzijde broekspijp) tot de reflectieband minstens 50mm zijn.

De reflectie kan op vele verschillende manieren aangebracht worden.

De Y waarde wordt bepaald door de kwaliteit van het reflectieband. Deze kan waarde 1 of 2 hebben. Waarde 2 reflecteert het beste. Binnen HAVEP gebruiken we alleen reflectieband dat aan waarde 2 voldoet. Er zijn ook specifieke voorschriften vastgelegd met betrekking tot de plaatsing van het fluorescerend en reflecterend materiaal op romp, mouwen en pijpen.

 

Welke eisen worden er in de norm gesteld?

  • Een model moet voldoen aan de voorwaarden gesteld in de norm EN 340
  • Het fluodoek moet voldoende zichtbaar zijn (volgens testen). Het doek dat als contrast gebruikt wordt moet ook aan bepaalde eisen voldoen (mag bijvoorbeeld niet afbloeden)
  • Het fluodoek moet de torso, mouwen en broekspijpen omcirkelen
  • De voor- en achterzijde moeten ongeveer dezelfde oppervlakte aan fluodoek hebben, deze verhouding mag maximaal 40%-60% zijn. Alles wat hierbuiten valt telt niet mee voor de oppervlakte bepaling
  • Voor de oppervlaktebepaling moet uitgegaan worden van de kleinste maat, welke klasse bij  welke oppervlakte hoort is te zien in de tabel op de vorige pagina
  • Striping moet minimaal 50mm breed zijn
  • Twee banden striping moeten minimaal 50mm van elkaar verwijderd zijn
  • Striping moet minimaal 50mm van het ‘einde’ van het kledingstuk (bijvoorbeeld onderzijde broekspijp) verwijderd zijn

De EN 471 wordt opgevolgd door de EN ISO 20471. Wat is het verschil met EN 471? EN ISO 20471 kent één waarde (x). Dit cijfer geeft aan in welke klasse het artikel valt. Aangezien de reflectie enkel in de hoogste klasse is toegestaan, vervalt de waarde (y) in EN ISO 20471.

Producten in de kijker
Geen producten gevonden.

Vul dit formulier in en wij contacteren je

SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF

Wil je op de hoogte blijven van alle nieuwtjes rond HAVEP? Vul hieronder je naam en e-mailadres in en ontvang onze updates rechtstreeks in je mailbox.